Nationaliteit

Forum Forums Restricted content Algemeen Nationaliteit

Viewing 8 posts - 1 through 8 (of 8 total)
  • Author
    Posts
  • #2999
    Anonymous
    Guest

    Hallo allemaal,

    Ik vraag mij af welke nationaliteit je had als je zo omstreeks 1850 op Java geboren werd.
    Was je dan automatisch Nederlander of anders? Welke mogelijkheden waren er?

    B.v.d.
    hj

    #3000
    dmdecalonneDennis de Calonne
    Participant

    Hoewel ik, in verband met mijn promotieonderwerp, goed in de staatsrechtelijke ontwikkelingen van de West- en Oost-Indische koloniën zit, ben ik op het onderdeel Nederlanderschap en ingezetenschap geen deskundige. Ik zal toch een poging doen.

    Het is namelijk een complexe zaak. In Nederlands-Indië kon je de bevolking in verschillende groepen indelen, elk met verschillende rechtsposities: Europeanen en Inlanders en met één van die twee groepen gelijkgestelden. Die indeling en bijbehorende rechtspositionele verschillen waren gebaseerd op het Regeringsreglement van Nederlands-Indië, zeg maar de Grondwet voor dat overzeese gebiedsdeel.

    In het RR 1854 was ook een hoofdstuk gewijd aan het ingezetenschap (hoofdstuk 6).

    Artikel 107 RR 1854 stelde dat onder Nederlanders werden verstaan, hen die dat waren volgens “de wetten van het Koningrijk.” De Wet op het Nederlanderschap, die ook voor de onderdanen in de kolonies regelde, is echter pas van 1892. Voor die tijd (1850-1892) bleek uit het Nederlandse Burgerlijk Wetboek wie Nederlander was (Boek 1, titel 2: “Van nederlanders en vreemdelingen”). Klik hier voor de tekst daarvan.

    Artikel 109 RR 1854 geeft aan wie werden gelijkgesteld met “Europeanen” en “Inlanders”. Zo werden met Inlanders gelijkgesteld: “Arabieren, Mooren, Chinezen en allen die Mohammedanen of heidenen zijn”. De Gouverneur-Generaal kon besluiten hier van af te wijken.

    Terugkomend op de vraag. Uit boek I artikel 6 onder 1 Burgerlijk Wetboek (zoals geldend in 1850) zou je kunnen afleiden dat elk kind geboren in Nederlands-Indië Nederlander was, of althans niet werd gezien als vreemdeling. Ik heb echter het gevoel dat er meer achter zit. Mogelijk kom ik daar binnenkort op terug, na raadpleging van wat literatuur (als iemand anders mij al niet voor is).

    Zie voor de periode na inwerkingtreding van de Wet op het Nederlanderschap in 1892 dit stuk van Patricia Tjiook-Liem.

    #3001
    Anonymous
    Guest

    Hallo Dennis,

    Dank voor je eerste antwoord.

    Ik had al zo’n vermoeden dat het niet eenvoudig was.
    Het onderscheid in Europeanen en Inlanders was mij bekend. De Engelsen hanteerden een zelfde soort systeem doch met verschillen wie bij welke groep hoorden. Zo behoorden Euroaziaten in het Nederlandse recht niet tot de Europeanen terwijl dit binnen het Engels recht wel het geval was.

    Als ik het tot zover goed begrijp blijkt uit Artikel 107 RR 1854, zijn Nederlanders allen die binnen het Koninkrijk of deszelfs koloniën zijn geboren uit ouders, aldaar gevestigd. Ik ga er vanuit dat dit voor de Europeanen gold of is dat niet juist?

    Nu heb ik de volgende casus:

    Stamvader, tot nu toe, geboren in Bengalen abt.1790. Zijn vader is Schots en derhalve waarschijnlijk in het bezit van de Engelse nationaliteit.
    Deze stamvader komt in 1812 naar Batavia in het gevolg van Sir Thomas Raffles en bekleed diverse belangrijke functies binnen het Engels bestuur op Java.
    Na de Engelse overdracht van Java aan de Nederlanders 1815 blijft hij op Java en maakt daar zijn fortuin.
    Hij trouwt tweemaal en krijgt 14 kinderen, zijn onechte kinderen uit Penang niet mee gerekend.
    Al deze kinderen worden geboren op Java.
    Ook deze kinderen krijgen weer kinderen waarvan de meesten ook allemaal op Java geboren worden.

    Nu doet zich het vreemde feit voor dat meerdere van die kleinkinderen van de stamvader nog vóór 1892 het Nederlanderschap aanvragen, terwijl ze dat volgens Artikel 107 RR 1854 allang zouden moeten hebben.

    Wat is hier aan de hand?
    Hebben deze kinderen en kleinkinderen dan een andere nationaliteit als de Nederlandse en hebben zij wellicht de Engelse nationaliteit? Als dat zo zou zijn is de vraag hoe dat dan geregeld was en waarom dat zo was.

    Complex is dit onderwerp dus zeker.

    M.v.g.
    hj

    #3002
    dmdecalonneDennis de Calonne
    Participant

    Misschien ligt een deel van het antwoord in de British Nationality Act 1772 (pas in 1914 vervangen door de British Nationality and Status of Aliens Act). 18e eeuws legal English en Brits recht zijn alles behalve m’n specialiteiten, maar volgens mij wordt er iets geregeld over het Brits zijn van overzeese onderdanen, hun kinderen en hun kleinkinderen….mits die stamvader protestants was.

    Als deze wet ook voor de bedoelde stamvader en zijn (klein)kinderen gold, is het al wat logischer dat ze het Nederlanderschap aanvroegen.

    EDIT
    Uit een van m’n oudere handboeken (Handleiding tot het Indisch Staatsregt – M.A. Posno 1870, p. 3) komt het volgende commentaar. Let vooral op het laatste gedeelte, dat begint met “Genoemde wet sluit de uit (…)” en ook op het onderscheid tussen Nederlanderschap in ‘burgerrechtelijke’ zin en in ‘politieke’ zin (NB in die tijd betekende dat meer ‘bestuurlijk’ dan ‘politiek’ zoals wij dat woord tegenwoordig gebruiken).

    #3003
    Anonymous
    Guest

    De British Nationality Act 1772 zou inderdaad een goede verklaring geven voor de Engelse nationaliteit van de kinderen en kleinkinderen.
    Een dubbele nationaliteit bestond dus niet. Tevens moet dan de Nederlands regelgeving omtrent de nationaliteit onderhavig geweest zijn aan de door geboorte verkregen Engelse nationaliteit.

    Het benieuwd me dan ook of de geboorte van deze onderdanen bij de Engelsen bekend gemaakt werd en hoe je als inwoner van Java kon bewijzen dat je deze nationaliteit bezat.

    #3025

    Peter Christiaans en Marlou Schrover [Het Oudpaspoortarchief (1950-1959) – Broncommentaren; deelnr. 5, p. p. 157-184. – ill.] schrijven het volgende:
    ” Een tweede groep waarover onduidelijkheid bestond, waren de kinderen die na 1850 in Nederlands-Indië werden geboren uit daar gevestigde ouders, die niet tot de ‘inlandse’ groep behoorden, maar die evenmin Nederlands waren. De Nationaliteitswet van 1850 bepaalde dat uitsluitend de kinderen van in Nederland geboren of gevestigde ouders het politieke Nederlanderschap hadden. Kinderen die in Nederland geboren werden uit daar gevestigde Duitse ouders waren Nederlands. Kinderen die echter in Nederlands-Indië geboren werden uit Duitse ouders waren Duits. Ook deze regeling was voor de betrokkenen vaak zeer verwarrend.”

    #3063
    Anonymous
    Guest

    Dank voor jullie antwoorden op dit ingewikkelde onderwerp.

    In navolging hierop zou ik de volgende vraag willen stellen:

    Waren er op Java dan ook consulaten voor de verschillende nationaliteiten die daar woonden, om hun belangen te behartigen?

    M.v.g.
    HJ

    #3249
    jvoogtJack Voogt
    Participant

    Op blz 43, 44. 45 van de bijlage (PDF bestand) staat beschreven hoe een Chinees wettelijk niet een Nederlander kon zijn, maar toch wel een ambtelijke functie kon hebben, alhoewel de funciebeschrijving zei dat alléén Nederlanders die konden uitvoeren. In tegenspraak, maar dus wel mogelijk.
    Terwijl “inlanders” (bijvoorbeeld een Javaan) die in Leiden een studie Ambtelijk Bestuur volgden, deze dan niet konden uitvoeren, omdat ook zij waren uitgesloten voor het uitvoeren van dat ambt. Ze mochten dus wel de studie volgen in Nederland, maar het niet uitoefenen in Indië.
    Verder ook enkele verwijzingen naar specifieke wetten omtrent het onderwerp.

Viewing 8 posts - 1 through 8 (of 8 total)
  • You must be logged in to reply to this topic.